De 4 stadia van een leerproces

Ik merk dat sommige zwemmers gefrustreerd geraken tijdens het leren zwemmen. Niet alles loopt zoals je het in je hoofd voor je ziet en het proces gaat trager dan verwacht. Het positieve nieuws is dat dit helemaal normaal is. Er zijn namelijk 4 stadia of 4 fases die je moet doorlopen tijdens het leren van nieuwe kennis of vaardigheden. Deze 4 fases gelden voor alles wat nieuw aangeleerd moet worden. Hieronder geef ik een korte uitleg bij de 4 fases, toegepast op het leerproces bij het leren zwemmen. 

 

  1. Onbewust onbekwaam

Vooraleer je iets nieuws leert, ben je je eigenlijk niet bewust hoe goed of hoe slecht je bent. Daarom wordt dit stadium “onbewust onbekwaam” genoemd. Je weet bovendien niet hoe je eraan moet beginnen om het te leren en je hebt het nog nooit gedaan. Je lichaam heeft dus nog geen ‘spiergeheugen’ opgeslagen van hoe de beweging zou moeten uitgevoerd worden. Laat staan dat het een geautomatiseerde beweging is.

 

 

  1. Bewust onbekwaam

In deze fase ben je net begonnen met het leerproces en merk je dat het nog moeizaam verloopt. Uiteraard zal het even tijd vergen om iets nieuws te leren.

In dit stadium willen we namelijk een beeld krijgen hoe de beweging uitgevoerd hoort te worden. Het brein maakt de nieuwe connecties met de spieren om bepaalde bewegingen aan te sturen. Je leert in deze fase nog maar de basisuitvoering: de perfecte stuwing moet je hier nog niet verwachten. Het gaat erom dat je de arm- en beenbeweging leert en deze op elkaar leert afstemmen met een correcte ademhaling. De details zijn voor later.

De ene keer lukt het beter dan de andere keer. Je bent je bewust dat je constant moet nadenken: “Wat moest ik weer doen?” “Zou het zo juist zijn?” “Hoe zou dat eruit zien?” Dit is het stadium waarin ik m’n zwemmers vaak het volgende hoor zeggen:

“Als ik aan m’n armen denk, vergeet ik m’n benen juist te doen!” 

“Het is zo veel om over na te denken.”

In dit stadium zal je dan ook veel gerichte, kleine oefeningen krijgen (de zogenaamde drills) die focussen op 1 aandachtspunt. Het is dan ook ok om niet alles in 1 keer volledig juist te hebben. Focus in dit stadium dus enkel op “komen ademen als armen open gaan” of “benen plooien en kapstokvoeten”, wanneer je schoolslag aanleert. Zit nog niet te veel in met snelheid en perfecte uitvoeringsdetails (positie van je ellebogen bijvoorbeeld). Dat is voor later.

Als je in dit stadium probeert sneller te zwemmen, zal je merken dat de beweging minder goed uitgevoerd wordt dan wanneer je trager zwemt. Je brein kan immers die snelle schakelingen nog niet maken. Houd het dus nog simpel en oefen de basisbewegingen goed!

 

 

  1. Bewust bekwaam

Eenmaal je merkt dat je een aantal lengtes kan zwemmen bevind je je in dit stadium. Je weet dat je de beweging nu kan. Je moet wel nog nadenken over de bewegingen, je maakt zeker nog fouten, maar het lukt beter en beter! 

In dit stadium zal je brein de connectie die is aangelegd (“hoe moet ik de beweging doen”), trachten te automatiseren.

Je kan zelf meer en meer aangeven of je eigen bewegingen juist of fout uitgevoerd werden, maar bijsturing van een trainer of videobeelden helpen nog enorm. Je voelt wel al wat je doet en wanneer een beweging minder was. Je kan je nu meer focussen op de details van de beweging waarop je nog niet hoefde te letten in de vorige fase.

Zowel in deze als in het vorige stadium vergt het uitvoeren van de bewegingen veel aandacht en is er nog geen plaats om vaak sneller te zwemmen. Ook hier is het beter om nog te focussen op de kwaliteit van je zwemsessie en veel drill oefeningen te blijven doen.

 

 

  1. Onbewust bekwaam

Wanneer je onbewust bekwaam bent, moet je niet meer nadenken over de bewegingen. Het tuimelkeerpunt gaat zonder nadenken, ademen doe je vlot en je bewegingen en coördinatie zijn volledig geautomatiseerd. Hierin bevindt iedereen zich die zichzelf ‘zwemmer’ noemt. Wanneer complexere oefeningen gegeven worden die je nog nooit eerder deed, zal je die met weinig moeite kunnen uitvoeren. Het brein moet niet veel moeite meer doen om de basis op te roepen: dit gaat vanzelf vanuit het gewoontecentrum in je brein.

 

Probeer dus los te laten dat alles samen en tegelijk meteen perfect moet gaan. Het is helemaal ok dat wanneer je aan je benen denkt, je armen weer iets helemaal anders doen dan wat je zou willen. 

Trust the process. 

Blijf oefenen en blijf traag en bewust nadenken wanneer je de bewegingen uitvoert. Je komt er wel!

 

Tags: